Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2014

Alinea 61 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2014

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:1353.

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel “voorbedachte raad” moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebf0331bf45cef804fe9da071a523fdf1560a87ba46188ecf0406a28b4b83f43. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebf0331bf45cef804fe9da071a523fdf1560a87ba46188ecf0406a28b4b83f43, en de alinea staat in dat document op bytes 28697 tot 29128.