Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014
Onder 4.19 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:2380.
Op grond van de verklaringen van [verkoper 1], [makelaar] en [directeur van koper] en de omstandigheid dat er geen correspondentie van vóór 3 december 2008 is over de noodzaak van medewerking van de VvE, acht het hof voorshands bewezen dat [notarisklerk] [verkopers] niet tijdig - te weten in oktober 2008, maar in ieder geval vóór het tekenen van de overeenkomst op 13 november 2008 - heeft geïnformeerd over de noodzaak van medewerking van de VvE voor de beoogde splitsing. Omdat Hermans & Schuttevaer een algemeen bewijsaanbod heeft gedaan en in het voorlopig getuigenverhoor niet als gerekwestreerde betrokken is geweest en dus geen vragen heeft kunnen stellen aan de getuigen en geen getuigen heeft kunnen oproepen, zal zij de gelegenheid krijgen tegenbewijs te leveren dit voorshands als bewezen aangenomen feit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/17526921f7deda7b4e490fee20b6fdd2224db760fe6d23b9240380e5c936482e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 17526921f7deda7b4e490fee20b6fdd2224db760fe6d23b9240380e5c936482e, en de alinea staat in dat document op bytes 39215 tot 40055.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/17526921f7deda7b4e490fee20b6fdd2224db760fe6d23b9240380e5c936482e | shasum -a 256