Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014
Onder 4.3 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:2385.
Grief 1 is gegrond op het uitgangspunt dat De Amersfoortse na de brief van 21 juli 2005 geen nieuwe feiten mocht opvoeren voor het beroep op verzwijging en dat de rechtbank daarom niet de zogenoemde Israëlische kwestie in haar beoordeling mocht betrekken. Deze grief faalt. De Amersfoortse heeft bij brief van 21 juli 2005 de verzekeringsovereenkomst vernietigd wegens – kort gezegd – verzwijging. Daaraan heeft De Amersfoortse ten grondslag gelegd dat er ten tijde van de aanvraag van de verzekering door [appellant] in de Verenigde Staten een juridisch onderzoek tegen [appellant] aanhangig was wegens het plegen van een misdrijf en voorts dat is gebleken dat de licentie van [appellant] voor het uitoefenen van het beroep van tandarts in de staat New York was ingetrokken, terwijl [appellant] van een ander geen melding had gemaakt. Bij brieven van 6 en 21 december 2005 heeft De Amersfoortse daar nog aan toegevoegd dat uit een vonnis van het gerechtshof te Jeruzalem van 4 september 2002 gebleken was van een akte van beschuldiging tegen [appellant]. Er is geen rechtsregel die zich ertegen verzet dat, indien nadien andere feiten bekend worden waarvan [appellant] bij het aanvragen van de verzekering melding had moeten maken, deze eveneens aan het beroep op verzwijging en de daarop gebaseerde vernietiging van de verzekeringsovereenkomst ten grondslag worden gelegd. Het beroep van [appellant] op Hoge Raad 3 februari 1989, NJ 1990, 476 gaat in dit verband niet op. Dat arrest heeft betrekking op de vraag of een verzekeraar wanneer hij de afwijzing van dekking voor de verwezenlijking van een risico op een bepaalde grond heeft doen steunen, daarop kan terugkomen door die afwijzing nadien, wanneer die grond onjuist is gebleken, op een andere grond te baseren. Dat betreft dus een wezenlijk andere situatie dan wanneer sprake is van vernietiging van de verzekeringsovereenkomst wegens verzwijging terwijl nadien andere feiten blijken die (eveneens) een beroep op verzwijging zouden kunnen rechtvaardigen. Anders dan [appellant] stelt, is de beslissing zoals verwoord in de brief van 21 juli 2005 geen definitieve beslissing in die zin dat het De Amersfoortse niet vrij zou staan aan deze beslissing nog andere, nieuw gebleken feiten ten grondslag te leggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae4cdecd87c2663d6a91f1c2cdeb458ade944f31a2f8cc3bc9cd29d1df53182a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae4cdecd87c2663d6a91f1c2cdeb458ade944f31a2f8cc3bc9cd29d1df53182a, en de alinea staat in dat document op bytes 12699 tot 14988.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae4cdecd87c2663d6a91f1c2cdeb458ade944f31a2f8cc3bc9cd29d1df53182a | shasum -a 256