Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014

Onder 4.4 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:2385.

Met grief 2 komt [appellant] op tegen het oordeel zoals weergegeven in rechtsoverweging 4.23 van het tussenvonnis van 7 september 2011. Bij deze grief mist [appellant] belang. De in die rechtsoverweging weergegeven beslissing is immers uiteindelijk niet dragend gebleken voor het oordeel van de rechtbank dat De Amersfoortse een beroep op verzwijging toekomt. In rechtsoverweging 2.15 van het tussenvonnis van 29 augustus 2012 heeft de rechtbank geoordeeld dat [appellant] de vraag naar zijn strafrechtelijk verleden zo heeft moeten begrijpen dat hij had moeten melden dat hij in 1997 door de Israëlische autoriteiten (politie) is verhoord wegens verdenking van een misdrijf. Tegen die beslissing is geen grief gericht. Het hof heeft daarom daarvan uit te gaan. Overigens zou een grief tegen die beslissing [appellant] ook niet hebben kunnen baten. Op het aanvraagformulier stond de volgende vraag geformuleerd:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae4cdecd87c2663d6a91f1c2cdeb458ade944f31a2f8cc3bc9cd29d1df53182a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae4cdecd87c2663d6a91f1c2cdeb458ade944f31a2f8cc3bc9cd29d1df53182a, en de alinea staat in dat document op bytes 15072 tot 15998.