Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014

Onder 4.4 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:2385.

Daarmee heeft De Amersfoortse in niet voor misverstand vatbare termen en in voldoende exacte bewoordingen aangegeven welke feiten en omstandigheden omtrent het strafrechtelijk verleden voor haar relevant zijn, namelijk ook die feiten en omstandigheden waaruit kan worden opgemaakt dat de verzekeringnemer in de genoemde periode verdacht werd van het plegen van een misdrijf. Indien [appellant] in 1997 door de Israëlische politie als verdachte van een misdrijf is verhoord, is daarvan sprake en had [appellant] daarvan inderdaad melding moeten maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae4cdecd87c2663d6a91f1c2cdeb458ade944f31a2f8cc3bc9cd29d1df53182a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae4cdecd87c2663d6a91f1c2cdeb458ade944f31a2f8cc3bc9cd29d1df53182a, en de alinea staat in dat document op bytes 16434 tot 17003.