Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014
Onder 4.19 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25 maart 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:2385.
[appellant] stelt zich op het standpunt dat VVAA haar zorgplicht jegens hem niet is nagekomen. Het verwijt van [appellant] jegens VVAA zoals in hoger beroep geformuleerd komt er in de kern op neer dat VVAA niet of op onvoldoende wijze het aanvraagformulier voor de verzekering, de vragen en de relevantie van die vragen met [appellant] heeft besproken en aan hem heeft uitgelegd en dat VVAA niet heeft voorkomen dat het formulier onjuist of onvolledig werd ingevuld. VVAA heeft betwist in haar zorgplicht te zijn tekort geschoten en heeft gemotiveerd (in eerste aanleg en in hoger beroep) gesteld dat zij regelmatig met [appellant] overleg heeft gehad, dat het formulier met [appellant] is besproken, dat zij geen reden had om eraan te twijfelen dat [appellant] de vraagstelling op het aanvraagformulier begreep en dat het voor [appellant] klip en klaar was wat het gevolg van verzwijging zou zijn. Op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv rust op [appellant] de bewijslast van de feiten en omstandigheden die tot de conclusie kunnen leiden dat VVAA een beroepsfout heeft begaan en is tekort geschoten in haar zorgplicht jegens [appellant]. De stellingen van VVAA dat zij met [appellant] regelmatig overleg heeft gehad, dat zij het aanvraagformulier met hem heeft besproken, dat [appellant] het aanvraagformulier goed heeft begrepen en dat het voor hem duidelijk was wat de gevolgen zouden zijn indien hij de vragen niet juist of niet volledig zou beantwoorden, vormen onderdeel van de betwisting door VVAA van de stelling van [appellant] dat VVAA jegens hem in haar zorgplicht is tekort geschoten. Het ligt derhalve op de weg van [appellant], als onderdeel van de op hem rustende bewijslast van zijn stelling dat VVAA jegens hem in haar zorgplicht is tekort geschoten, om aannemelijk te maken dat die betwisting ongegrond is (vergelijk onder meer HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5356). [appellant] heeft in hoger beroep evenwel geen bewijs aangeboden, althans heeft dit niet voldoende concreet en specifiek gedaan. De akte houdende bewijsaanbod van [appellant] heeft geen betrekking op in dit verband relevante feiten of omstandigheden. Het hof ziet geen aanleiding [appellant] ambtshalve tot bewijslevering in de gelegenheid te stellen. [appellant] heeft zich ook nog (memorie van grieven onder 134) op het standpunt gesteld dat als het beroep van De Amersfoortse op verzwijging niet slaagt maar het beroep op verjaring wel, er sprake is van een beroepsfout omdat VVAA verjaring had moeten voorkomen. Aan de voorwaarde waaronder deze stelling is ingenomen (namelijk dat het beroep op verzwijging niet slaagt) is niet voldaan zodat deze stelling verder geen bespreking behoeft. Bovendien heeft [appellant] het in dit verband aan VVAA te maken verwijt onvoldoende onderbouwd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae4cdecd87c2663d6a91f1c2cdeb458ade944f31a2f8cc3bc9cd29d1df53182a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae4cdecd87c2663d6a91f1c2cdeb458ade944f31a2f8cc3bc9cd29d1df53182a, en de alinea staat in dat document op bytes 32733 tot 35540.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae4cdecd87c2663d6a91f1c2cdeb458ade944f31a2f8cc3bc9cd29d1df53182a | shasum -a 256