Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014
Alinea 48 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:491.
Voor het aannemen van een uitdrukkelijk en ernstig verlangen zoals bedoeld door de wetgever is dat echter niet voldoende. Behalve verdachte is er niemand die verklaart op de hoogte te zijn geweest van de doodswens van [slachtoffer]. In verschillende verklaringen in het dossier wordt gesteld dat verdachte dominant was en dat [slachtoffer] onderdanig en gemakkelijk te beïnvloeden was. Verdachte verklaart zelf dat het zijn idee was en dat [slachtoffer] aanvankelijk optimistischer gestemd was. Daar komt bij dat de manier waarop [slachtoffer] gestorven is niet in overeenstemming is met het door verdachte gestelde gezamenlijke plan. Volgens verdachte was het immers de bedoeling dat zij de volgende dag zouden sterven. In werkelijkheid zijn verdachte en [slachtoffer] na het nuttigen van alcohol gaan slapen. Verdachte heeft verklaard dat hij ‘s nachts wakker is gemaakt door [slachtoffer] en dat zij zei: “Laten wij het nu maar doen”. Daarop heeft verdachte de pols van [slachtoffer] en van hemzelf ingesneden. Toen na enige tijd bleek dat de dood niet intrad heeft verdachte een broekriem rond haar hals getrokken; een methode die zij nooit met elkaar hadden besproken, aldus verdachte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbd189223bc2dc7cc509ed0812e3da145c54f30d2aa6411d96d3f771a5b9b117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbd189223bc2dc7cc509ed0812e3da145c54f30d2aa6411d96d3f771a5b9b117, en de alinea staat in dat document op bytes 12577 tot 13788.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbd189223bc2dc7cc509ed0812e3da145c54f30d2aa6411d96d3f771a5b9b117 | shasum -a 256