Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014

Alinea 73 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:491.

Hoewel zoals hiervoor reeds is overwogen het hof van oordeel is dat van de strafverminderende omstandigheid als verwoord in artikel 293, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht geen sprake is, houdt het hof wel rekening met de omstandigheid dat verdachte de oprechte overtuiging had dat het hun gezamenlijke wens was om uit het leven te stappen. Dat maakt dat de op te leggen straf lager zal zijn dan veelal bij een veroordeling voor moord het geval is. Desondanks rechtvaardigt de ernst van het feit een langdurige gevangenisstraf. Verdachte heeft door zijn wijze van handelen veel leed toegebracht aan de nabestaanden van [slachtoffer]. Zij missen niet alleen een geliefde, maar worden ook gekweld door vragen over het hoe en waarom, en of er geen andere uitweg voor de problemen mogelijk was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbd189223bc2dc7cc509ed0812e3da145c54f30d2aa6411d96d3f771a5b9b117. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbd189223bc2dc7cc509ed0812e3da145c54f30d2aa6411d96d3f771a5b9b117, en de alinea staat in dat document op bytes 19675 tot 20486.