Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014

Onder 2.8 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:558.

In de koopovereenkomst zijn partijen ervan uitgegaan dat zij uiterlijk op 1 april 2003 de definitieve overnamebalans, en daarmee de definitieve koopprijs, zouden hebben vastgesteld. Zij hebben het tijdstip van betaling van het nog onbetaalde deel van de definitieve koopsom gekoppeld aan het tijdstip van vaststelling van de overnamebalans. Partijen hebben niet geregeld wat de gevolgen zouden zijn wanneer zij er niet in zouden slagen in onderling overleg een definitieve overnamebalans vast te stellen en vanaf welk moment het onbetaald gebleven deel van de koopsom dan verschuldigd zou zijn. In zoverre bevat de overeenkomst een hiaat. Naar het oordeel van het hof brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid mee dat indien partijen de definitieve koopprijs niet in onderling overleg kunnen vaststellen de restant koopprijs verschuldigd is vijf dagen nadat partijen de onderhandelingen over het in onderling overleg vaststellen van de overnamebalans en van de koopsom hebben gestaakt. Het hof vult de overeenkomst in zoverre aan. De datum van vijf dagen na het definitief staken van de onderhandelingen is dan te beschouwen als de uiterste dag van betaling in de zin van artikel 6:119a lid 1 BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/07ffa5bfac840a458033c60fc21f78903253f380a3ffb7b8ff208c0455c8cbdf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 07ffa5bfac840a458033c60fc21f78903253f380a3ffb7b8ff208c0455c8cbdf, en de alinea staat in dat document op bytes 13675 tot 14917.