Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 juli 2014

Onder 4.12 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 juli 2014

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 juli 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:5634.

[appellant] heeft belang bij een beoordeling van de kwesties als vermeld in rov. 4.10 hierboven onder (a) en (e) in deze procedure. Het hof heeft het beroep op dwaling gehonoreerd op grond van een ‘behoren te weten’ aan de zijde van Inbev (zie rov. 4.5). Indien zou komen vast te staan dat Inbev niet alleen ‘had behoren te weten’, maar ook wist van de bestemmingsplanproblematiek, en dan jegens [appellant] daaromtrent heeft gezwegen, heeft die vaststelling rechtstreeks invloed op de verdere beoordeling van de eigen schuld (in de schadestaatprocedure) en de exoneratie in deze procedure. Het hof zal mitsdien, nu de bewijslast te dezen op [appellant] rust en hij uitdrukkelijk bewijs door getuigen heeft aangeboden, [appellant] toelaten tot bewijslevering als na te melden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5304607847ec39c5e62608f608431cf5d43fd5751de545f25a63ba5cc723eda. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5304607847ec39c5e62608f608431cf5d43fd5751de545f25a63ba5cc723eda, en de alinea staat in dat document op bytes 18425 tot 19267.