Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014
Onder 2.4 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:620.
Ten aanzien van de vraag of de vordering tot overlegging van, of inzage in, bescheiden voor toewijzing in aanmerking komt, stelt het hof voorop dat artikel 843a Rv niet voorziet in een onbeperkt recht op inzage van bescheiden jegens degene die deze te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft, maar dat deze bepaling het recht op inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde bescheiden afhankelijk stelt van een aantal cumulatieve vereisten. Op grond van het eerste lid van artikel 843a Rv moet de eiser een rechtmatig belang hebben bij de inzage, het afschrift of het uittreksel en moet hij inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d2f23c431a18a0a724f8bd2bf4520f3dae8e6388229fd4a66382eecb2f1b4a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d2f23c431a18a0a724f8bd2bf4520f3dae8e6388229fd4a66382eecb2f1b4a0, en de alinea staat in dat document op bytes 9145 tot 9904.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d2f23c431a18a0a724f8bd2bf4520f3dae8e6388229fd4a66382eecb2f1b4a0 | shasum -a 256