Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014
Onder 2.8 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 januari 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:620.
Het ten aanzien van onderhavige stukken door de Gemeente gedane beroep op vertrouwelijkheid berust op de algemeen aanvaarde opvatting dat een partij niet mag worden belemmerd in zijn mogelijkheden om in vrijheid en zonder mogelijke inmenging van anderen zijn gedachten te vormen met het oog op een standpuntbepaling. Die opvatting heeft ook zijn weerslag gevonden in de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob) waaruit volgt dat de overheid geen persoonlijke beleidsopvattingen behoeft kenbaar te maken uit stukken be-stemd voor intern beraad. Bovendien heeft iedere partij een eigen recht om haar verdediging in vrijheid en beslotenheid voor te bereiden. In de motieven van de gemeente voor haar beroep op de aanwezigheid van voormelde gewichtige reden, vindt de voor de gemeente in beginsel bestaande exhibitieplicht dan ook naar het oordeel van het hof zijn begrenzing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d2f23c431a18a0a724f8bd2bf4520f3dae8e6388229fd4a66382eecb2f1b4a0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d2f23c431a18a0a724f8bd2bf4520f3dae8e6388229fd4a66382eecb2f1b4a0, en de alinea staat in dat document op bytes 12011 tot 12891.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d2f23c431a18a0a724f8bd2bf4520f3dae8e6388229fd4a66382eecb2f1b4a0 | shasum -a 256