Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 oktober 2014
Onder 3.5 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 oktober 2014
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 oktober 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:7781.
Het hof zal eerst ingaan op de vraag of summierlijk is gebleken van een ten tijde van de aanvraag van de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvragers van het faillissement, [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/161d64ca26d4cd5cc21e93ff0667033bbfe3199fdd8595a3e4b127655db6681f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 161d64ca26d4cd5cc21e93ff0667033bbfe3199fdd8595a3e4b127655db6681f, en de alinea staat in dat document op bytes 10632 tot 10875.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/161d64ca26d4cd5cc21e93ff0667033bbfe3199fdd8595a3e4b127655db6681f | shasum -a 256