Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 oktober 2014

Onder 3.7 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 oktober 2014

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 oktober 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:7781.

[geïntimeerde 2] stelt een vordering op [appellante] te hebben ter zake van niet betaald salaris, uitgaande van een loon van € 5.000,- per maand, op grond van een tussen hem en [appellante] bestaande arbeidsovereenkomst. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is naar het oordeel van het hof gebleken dat [appellante] en [geïntimeerde 2] weliswaar hebben gesproken over een mogelijke arbeidsovereenkomst tussen hen, maar [geïntimeerde 2] heeft, tegenover de gemotiveerde betwisting door [appellante] , niet aannemelijk gemaakt dat er een arbeidsovereenkomst tussen hem en [appellante] tot stand is gekomen. Derhalve is naar het oordeel van het hof niet summierlijk gebleken van het desbetreffende vorderingsrecht van [geïntimeerde 2] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/161d64ca26d4cd5cc21e93ff0667033bbfe3199fdd8595a3e4b127655db6681f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 161d64ca26d4cd5cc21e93ff0667033bbfe3199fdd8595a3e4b127655db6681f, en de alinea staat in dat document op bytes 11921 tot 12692.