Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 december 2014

Onder 4.1 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 december 2014

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 december 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:9440.

[appellant] is met één grief opgekomen tegen de overwegingen die hebben geleid tot het oordeel dat hij gehouden is tot betaling van immateriële schadevergoeding aan [geïntimeerden] Volgens [appellant] heeft de rechtbank de door de Hoge Raad in het Taxibus-arrest van 22 februari 2002 (ECLI:NL:HR:2002:AD5356) neergelegde criteria onjuist toegepast en aan het begrip "rechtstreekse confrontatie" een te ruime betekenis heeft gegeven. Voorts is de rechtbank ten onrechte uitgegaan van de stelling dat aan de mate van rechtstreeksheid van de confrontatie minder strenge eisen gesteld dienen te worden naarmate de normschending ernstiger is, terwijl de Hoge Raad in het Vilt-arrest van 9 oktober 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BI8583) een dergelijke verruiming juist niet heeft aanvaard. [geïntimeerden] hebben een en ander gemotiveerd betwist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33cee89e29ca96c530b4209695b9d922d7b02f2eadad4eaaff18a4038b97591c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33cee89e29ca96c530b4209695b9d922d7b02f2eadad4eaaff18a4038b97591c, en de alinea staat in dat document op bytes 9922 tot 10783.