Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2015
Onder 4.13 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2015
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2103.
In de memorie van toelichting op het wetsontwerp betreffende aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en andere wetten ter uitvoering van de handhavingsrichtlijn is vermeld: "Er moet dus sprake zijn van een reële vordering, waarbij een inbreuk voorshands voldoende aannemelijk is gemaakt en waarbij bijvoorbeeld de precieze aard of de omvang van de inbreuk niet kan worden vastgesteld zonder aanvullend bewijsmateriaal". (Kamerstukken II 2005/2006 30392 nr.3, pagina 18) Wanneer voor toewijzing verlangd zou worden dat de vordering vaststaat, althans zodanig aannemelijk is dat zij in kort geding toewijsbaar zou zijn, lijkt dat niet verenigbaar met de strekking van de handhavingsrichtlijn zoals vermeld in punt 20 van de considerans, dat ervoor moet worden gezorgd dat effectieve middelen voor het overleggen, verkrijgen en beschermen van bewijsmateriaal beschikbaar zijn omdat het bewijs een uiterst belangrijk element voor de vaststelling van inbreuken op intellectuele eigendomsrechten is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9ca968d022d2a29369b34ed1419901b50c98cab96ac19c9919a566a34418c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9ca968d022d2a29369b34ed1419901b50c98cab96ac19c9919a566a34418c60, en de alinea staat in dat document op bytes 36521 tot 37604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c9ca968d022d2a29369b34ed1419901b50c98cab96ac19c9919a566a34418c60 | shasum -a 256