Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2015

Onder 4.13 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2103.

15. In de memorie van toelichting op het wetsvoorstel "Aanpassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in verband met de wijziging van het recht op inzage, afschrift of uittreksel van bescheiden" (waarbij artikel 843a wordt vervangen door artikel 162a Rv) is vermeld: "Het bestaan van een rechtsbetrekking behoeft nog niet in rechte vast te staan. Het al dan niet bestaan van een rechtsbetrekking en/ of de inhoud en omvang daarvan kunnen juist de inzet van het (ophanden zijnde) geding zijn. De uitkomst daarvan is mede afhankelijk van de feiten die op dat moment vaak nog niet geheel helder zijn. Dat is precies de reden dat afschrift van bescheiden wordt verlangd. In voorkomend geval kan een gerechtelijke procedure zelfs geheel worden vermeden als de feiten helder zijn". (Kamerstukken II 2011/2012 33079, nr. 3, pagina 9) ”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9ca968d022d2a29369b34ed1419901b50c98cab96ac19c9919a566a34418c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9ca968d022d2a29369b34ed1419901b50c98cab96ac19c9919a566a34418c60, en de alinea staat in dat document op bytes 37942 tot 38843.