Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2015
Onder 4.16 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2015
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2103.
17. Het hof merkt overigens op dat, gelet op artikel 6 handhavingsrichtlijn, het arrest van de Hoge Raad van 26 oktober 2012, LJN: BW9244 en zijn uitspraak (naar aanleiding van aan de Hoge Raad gestelde prejudiciële vragen over bewijsbeslag in niet-IE-zaken) van 13 september 2013 wellicht de lat nog lager moet worden gelegd en voldoende zou kunnen zijn dat de rechtsbetrekking onderbouwd is gesteld. Vergelijk de annotatoren T.S. Jansen (JOR 2013, 30) en E. Verhulp (NJ 2013, 220) bij het arrest van 26 oktober 2012, die komen tot de conclusie dat het vereiste van een rechtsbetrekking (vrijwel) geen zelfstandige betekenis meer heeft naast het vereiste dat de partij die afgifte of inzage vordert daarbij rechtmatig belang heeft. ”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9ca968d022d2a29369b34ed1419901b50c98cab96ac19c9919a566a34418c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9ca968d022d2a29369b34ed1419901b50c98cab96ac19c9919a566a34418c60, en de alinea staat in dat document op bytes 41778 tot 42574.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c9ca968d022d2a29369b34ed1419901b50c98cab96ac19c9919a566a34418c60 | shasum -a 256