Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2015

Onder 4.21 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2015

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2103.

De hiervoor aangehaalde uitspraken van Hof Amsterdam, Hof Den Haag en Rechtbank Den Haag zien op de situatie waarin het beslagen materiaal van belang is voor het vaststellen van de inbreuk in technische zin – dus in een octrooizaak de vraag of de aangevallen werkwijze of het aangevallen voortbrengsel valt onder de beschermingsomvang van het octrooi. De ratio voor het hanteren van een lagere drempel voor aannemelijkheid van de gestelde inbreuk dan in kort geding is daarin gelegen, dat het materiaal waarin inzage of waarvan afschrift wordt gevorderd nu juist nodig is om die gestelde inbreuk daarmee te staven. Met andere woorden, indien voldoende rechtmatig belang bestaat bij de gevorderde inzage, bestaande uit het kunnen staven van een gestelde inbreuk, dan moeten aan de voorwaarde van het bestaan van een rechtsbetrekking – gevormd door diezelfde inbreuk – niet te hoge eisen worden gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c9ca968d022d2a29369b34ed1419901b50c98cab96ac19c9919a566a34418c60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c9ca968d022d2a29369b34ed1419901b50c98cab96ac19c9919a566a34418c60, en de alinea staat in dat document op bytes 47553 tot 48475.