Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2015

Onder 3.7 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2015

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 maart 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2127.

Gelet op de beoordelingsmaatstaf bij de toepassing van artikel 5:79 BW en de aangevoerde belangen van [geïntimeerden], oordeelt het hof dat een door de gemeente ingestelde vordering tot opheffing zou worden afgewezen. Niet kan immers worden volgehouden dat [geïntimeerden] geen redelijk belang meer had bij de uitoefening van de erfdienstbaarheid. Het hof verwijst naar de onder 3.7 van het arrest van de Hoge Raad genoemde belangen die [geïntimeerden] heeft aangevoerd en de gemeente niet (voldoende) heeft betwist. In het kader van artikel 44 Ow dient derhalve rekening te worden gehouden met de verwachting dat de erfdienstbaarheid niet op grond van het bepaalde in artikel 5:79 BW zou kunnen worden opgeheven. Dit impliceert naar het oordeel van het hof dat bij bepaling van de schadeloosstelling, te weten het bedrag van de waardedaling die de heersende erven ondergaan als gevolg van het vervallen van de erfdienstbaarheid, die waardedaling niet vanwege de verwachting omtrent opheffing krachtens artikel 5:79 BW op nihil gesteld kan worden zoals de rechtbank heeft gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8fc83122c7d8021bcfff0a4612523b5f0ed3420e05ceda068306953897eda33c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8fc83122c7d8021bcfff0a4612523b5f0ed3420e05ceda068306953897eda33c, en de alinea staat in dat document op bytes 15375 tot 16470.