Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2015
Onder 4.1 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2015
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 31 maart 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2587.
Ingevolge artikel 4, lid 2, letter a, van de Wet OB en artikel 26, lid 1, letter a, van de Btw-richtlijn wordt – voor zover hier van belang – het gebruiken van een tot het bedrijf behorende auto voor privédoeleinden van de ondernemer of zijn personeel gelijkgesteld met een dienst onder bezwarende titel. De voor deze fictieve dienst verschuldigde omzetbelasting wordt berekend over de vergoeding, die blijkens artikel 8, lid 7, van de Wet OB wordt gesteld op de door de ondernemer voor het verrichten van de diensten gemaakte uitgaven. Ingevolge artikel 5a van de Uitvoeringsbeschikking worden als “gemaakte uitgaven” aangemerkt de in lid 1 van die bepaling gedefinieerde “kosten van de ondernemer”.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4e084fb8397eb3dc2b361050db994fb7bdd64fba9c27065b84e862f629f0db1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4e084fb8397eb3dc2b361050db994fb7bdd64fba9c27065b84e862f629f0db1, en de alinea staat in dat document op bytes 19484 tot 20210.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e4e084fb8397eb3dc2b361050db994fb7bdd64fba9c27065b84e862f629f0db1 | shasum -a 256