Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 april 2015
Onder 3.3 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 april 2015
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 28 april 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:2989.
De vordering van [geïntimeerde] jegens [appellant 2] behoeft - in verband met het bepaalde in artikel 1:96 lid 1 BW omtrent de verhaalbaarheid van de schuld van een echtgenoot op het privévermogen van die echtgenoot - niet uitsluitend het karakter te hebben van een rechtsvordering die voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel heeft, als bedoeld in artikel 26 F. Dit is het geval indien sprake is van tot het privévermogen van [appellant 2] behorende goederen die [appellant 2] op de voet van artikel 61 F heeft kunnen terugnemen. Het hof zal daarom [geïntimeerde] in de gelegenheid stellen om bij akte voldoende aannemelijk te maken - zo mogelijk door schriftelijke bescheiden - dat van zodanig privévermogen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8c786708d535534b1843a3df73ade102906dc697d00360b695843480ebcfb63e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8c786708d535534b1843a3df73ade102906dc697d00360b695843480ebcfb63e, en de alinea staat in dat document op bytes 10164 tot 10948.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8c786708d535534b1843a3df73ade102906dc697d00360b695843480ebcfb63e | shasum -a 256