Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 mei 2015
Onder 4.17 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 mei 2015
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 mei 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3293.
Belanghebbenden hebben gesteld – hetgeen door de Inspecteur niet of onvoldoende is weersproken – dat de Inspecteur ten tijde van het gesprek met [A] op 10 september 2002 over aanwijzingen met betrekking tot de KB-Lux rekening [000000] beschikte en dat die rekening op naam zou staan van [F] en/of mevrouw [X]. In ieder geval beschikte de Inspecteur op 10 december 2002 over deze gegevens (2.11). [A] heeft steeds ontkend de rekeninghouder te zijn (2.8, 2.10 en 2.12). Uit de brief van de gemachtigde van [A] aan de Inspecteur van 18 september 2002 (2.9) blijkt dat de Inspecteur toen reeds rekening hield met de mogelijkheid dat de betreffende rekening van erflaatster was. In het – blijkbaar achteraf opgestelde – proces-verbaal van ambtshandeling van de FIOD-ECD van 1 mei 2003 is met betrekking tot rekening [000000] onder meer als conclusie opgenomen dat slechts de combinatie [A] / Mw. [X] als enige rekeninghouder in aanmerking komt (2.14). In het gesprek van 15 december 2004 uit de Inspecteur (wederom) het vermoeden dat de rekening van de ouders van [A] is geweest (2.18). In het licht van het voorgaande acht het Hof het niet verklaarbaar dat de Inspecteur niet aanstonds of kort na – ten laatste – 1 mei 2003, een nader onderzoek heeft gedaan naar de mogelijkheid dat erflaatster de rechthebbende van de rekening [000000] was. De zorgvuldigheid, die de Inspecteur moet betrachten bij het opleggen van de navorderingsaanslagen, brengt immers met zich dat hij een betwisting dient te onderzoeken. In plaats daarvan heeft de Inspecteur verder onderzoek tot december 2004 (2.15, 2.16 en 2.18, derhalve gedurende ruim 1,5 jaar, geheel achterwege gelaten en geen nadere activiteiten met betrekking tot de identificatie verricht hoewel daartoe naar het oordeel van het Hof, na de ontkenning van [A], zeker aanleiding bestond. Eerst op 15 en 18 juli 2006 zijn de navorderingsaanslagen IB/PVV over de jaren 1994 tot en met 2000 en navorderingsaanslagen VB over de jaren 1995 tot en met 2000 aan (de erven van) erflaatster opgelegd. Onder deze omstandigheden is naar het oordeel van het Hof met het voorbereiden en vaststellen van de betreffende navorderingsaanslagen aan (de erven van) erflaatster een langere termijn gemoeid geweest dan op grond van de hiervoor onder 4.12 en 4.13 vermelde rechtspraak kan worden aanvaard. De Inspecteur heeft derhalve de navorderingsaanslagen IB/PVV 1994 tot en met 2000 en VB 1995 tot en met 2000 in strijd met het evenredigheidsbeginsel opgelegd zodat ze dienen te worden vernietigd. Ditzelfde heeft te gelden voor de daarbij in rekening gebrachte heffingsrente.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edc0aa216abe3873958ef4563706e8be85f45f0219b22c5710ee8b2efb0e7a4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edc0aa216abe3873958ef4563706e8be85f45f0219b22c5710ee8b2efb0e7a4d, en de alinea staat in dat document op bytes 56844 tot 59470.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/edc0aa216abe3873958ef4563706e8be85f45f0219b22c5710ee8b2efb0e7a4d | shasum -a 256