Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 mei 2015
Onder 4.28 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 mei 2015
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 mei 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3293.
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 10 juni 2011, nr. 09/02639, ECLI:NL:HR:2011:BO5046, BNB 2011/232, met betrekking tot de toekenning en vaststelling van een vergoeding voor geleden immateriële schade als gevolg van overschrijding van de redelijke termijn, geoordeeld dat voor de vraag of de redelijke termijn voor de beslechting van het geschil is overschreden, moet worden aangesloten bij de uitgangspunten die hij in zijn arrest van 22 april 2005, nr. 37984, ECLI:NL:HR:2005:AO9006, BNB 2005/337, heeft neergelegd voor de duur van de redelijke termijn in fiscale boetezaken. Daarbij hanteert de Hoge Raad als uitgangspunt dat de redelijke termijn voor de behandeling in de bezwaarfase en de beroepsfase tezamen niet meer dan twee jaar bedraagt. Zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn arrest van 22 maart 2013 nr. 11/04270, ECLI:NL:HR:2013:BX6666, BNB 2013/152, heeft in belastingzaken waarin de bezwaar- en de beroepsfase tezamen onredelijk veel tijd in beslag hebben genomen als regel te gelden dat de bezwaarfase onredelijk lang heeft geduurd voor zover de duur daarvan een half jaar overschrijdt en de beroepsfase voor zover zij meer dan anderhalf jaar in beslag neemt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edc0aa216abe3873958ef4563706e8be85f45f0219b22c5710ee8b2efb0e7a4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edc0aa216abe3873958ef4563706e8be85f45f0219b22c5710ee8b2efb0e7a4d, en de alinea staat in dat document op bytes 66725 tot 67922.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/edc0aa216abe3873958ef4563706e8be85f45f0219b22c5710ee8b2efb0e7a4d | shasum -a 256