Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 mei 2015

Onder 4.31 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 mei 2015

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 mei 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3293.

Vast staat dat de eerste bezwaarschriften tegen de betreffende navorderingsaanslagen op 22 augustus 2006 door de Inspecteur zijn ontvangen en dat op 20 april 2012 en 9 juli 2012 uitspraak op bezwaar is gedaan. Voorts staat vast dat de tegen die uitspraken gerichte beroepschriften op 25 mei 2012 en 3 augustus 2012 door de Rechtbank zijn ontvangen en dat de beroepsfase is afgesloten met de uitspraak van de Rechtbank van 19 maart 2013. De behandeling van het bezwaar en het beroep heeft derhalve in totaal bijna zes jaar en zeven maanden geduurd. De redelijke termijn dient in het onderhavige geval te worden verlengd met 1 jaar en elf maanden in verband met de tijd die gemoeid is geweest met het afwachten van een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie op vragen gesteld door de Hoge Raad bij arresten van 21 maart 2008, nrs. 43050 en 43670, ECLI:NL:HR:2008:BA8179 en ECLI:NL:HR:2008:BC7249, BNB 2008/159 en 160 en uiteindelijke arresten van de Hoge Raad van 26 februari 2010, BNB 2010/199 en BNB 2010/200 (HR 9 april 2010, nr. 07/10306, ECLI:NL:HR:2010:BJ8465, BNB 2010/203). Met de Rechtbank is het Hof van oordeel dat de bewerkelijkheid van de onderhavige zaken daarnaast een verlenging van de termijn met zes maanden rechtvaardigt. Het voorgaande brengt een overschrijding van de redelijke termijn mee van bijna twee jaar en twee maanden, welke geheel aan de bezwaarfase is toe te rekenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/edc0aa216abe3873958ef4563706e8be85f45f0219b22c5710ee8b2efb0e7a4d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt edc0aa216abe3873958ef4563706e8be85f45f0219b22c5710ee8b2efb0e7a4d, en de alinea staat in dat document op bytes 69656 tot 71077.