Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 mei 2015
Alinea 87 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 mei 2015
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 mei 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:3444.
Zowel de advocaat-generaal als de verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, met dien verstande dat de verdediging heeft bepleit dat het recht op eerbiediging van het “private life” van verdachte zoals neergelegd in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) wellicht noopt tot een vrijspraak van het bestanddeel “behulpzaam zijn”. Hoewel de verdediging haar voorkeur heeft uitgesproken voor het buiten toepassing laten van artikel 294 tweede lid van het Wetboek van Strafrecht (hetgeen zou leiden tot een ontslag van rechtsvervolging), is ook partiële vrijspraak bepleit. Dit verweer honoreert het hof niet. Schending van artikel 8 EVRM, indien al aan de orde, leidt naar het oordeel van het hof niet tot een uitleg van het begrip “behulpzaam zijn” zoals door de verdediging betoogd, te weten dat daaronder niet valt de hulp door een naaste bij de geheel vrijwillige en weloverwogen levensbeëindiging van de betrokkene.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/04f26c21fac751fe617c27142ddea26080be6f27d839011921764434401b5db2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 04f26c21fac751fe617c27142ddea26080be6f27d839011921764434401b5db2, en de alinea staat in dat document op bytes 23043 tot 24133.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/04f26c21fac751fe617c27142ddea26080be6f27d839011921764434401b5db2 | shasum -a 256