Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 juni 2015

Onder 2.15 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 juni 2015

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 juni 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4166.

Het hof stelt het volgende voorop. Artikel 4:192 lid 1 BW bepaalt dat een erfgenaam die zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbend erfgenaam gedraagt, de nalatenschap daardoor zuiver aanvaardt, tenzij hij eerder een keuze heeft gemaakt voor beneficiaire aanvaarding of verwerping. Op grond van de parlementaire geschiedenis bij deze bepaling (MvA, II, Parl. Gesch. Boek 4 BW, pp. 933-934) overweegt het hof dat een erfgenaam de mogelijkheid een keuze te maken niet verliest, indien hij slechts daden van beheer verricht, maar wel wanneer hij, zoals vrijstaat aan erfgenamen die zuiver hebben aanvaard, over de goederen van de nalatenschap als heer en meester beschikt. Het hof zoekt voor de invulling van het begrip beheer aansluiting bij artikel 3:170 lid 2, tweede volzin, BW, waarin is bepaald dat onder beheer zijn begrepen alle handelingen die voor de normale exploitatie van een goed dienstig kunnen zijn, alsook het aannemen van aan de gemeenschap, in dit geval de nalatenschap, verschuldigde prestaties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9e2adbdd81a0f3224a6a9321994c22bc3015455ffa4acd9f3de561e5c31401d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9e2adbdd81a0f3224a6a9321994c22bc3015455ffa4acd9f3de561e5c31401d8, en de alinea staat in dat document op bytes 25440 tot 26495.