Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 juni 2015

Onder 2.2 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 juni 2015

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 juni 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4385.

Het gaat in deze fase van de procedure nog slechts om de vraag of [appellante] schade heeft geleden door het onrechtmatig handelen van [geïntimeerde]. [appellante] heeft geen vergoeding van een concreet schadebedrag gevorderd, maar schadevergoeding op te maken bij staat. Voor toewijzing van deze vordering is noodzakelijk, maar ook voldoende, dat het hof de mogelijkheid dat [appellante] schade heeft geleden door het handelen van [geïntimeerde] aannemelijk acht. Indien dat niet het geval is, dient de vordering te worden afgewezen (vgl. Hoge Raad 8 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7453). Indien genoeg is gesteld en is komen vast te staan om een bepaald geldbedrag te kunnen toewijzen, dient het hof als het partijdebat dat toelaat, ook al is schadevergoeding op te maken bij staat gevorderd, dat bepaalde geldbedrag toe te wijzen (Hoge Raad 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2930).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de8b8aef6cbc6b348c42b7ecfb9fc214d66eafbc123fdb042a7d435577f66845. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de8b8aef6cbc6b348c42b7ecfb9fc214d66eafbc123fdb042a7d435577f66845, en de alinea staat in dat document op bytes 8691 tot 9616.