Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 juli 2015
Alinea 33 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 juli 2015
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 9 juli 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:4962.
Rest de vraag in welke omvang dit gedeelte van de vordering kan worden toegewezen. Ingevolge art. 6:106 lid 1 BW dient het smartengeld door de rechter naar billijkheid vastgesteld te worden. Die vaststelling geschiedt met in achtneming van alle omstandigheden van het geval, waaronder de ernst van het aan de aansprakelijke te maken verwijt, de aard van het letsel, de ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit), de verwachting ten aanzien van het herstel en de leeftijd van het slachtoffer. Voorts dient de rechter bij de begroting, indien mogelijk, te letten op vergelijkbare gevallen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c08efea9fde00a716eaa124f667f918ab1a8023f432b87fd359afa70c430e940. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c08efea9fde00a716eaa124f667f918ab1a8023f432b87fd359afa70c430e940, en de alinea staat in dat document op bytes 15419 tot 16036.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c08efea9fde00a716eaa124f667f918ab1a8023f432b87fd359afa70c430e940 | shasum -a 256