Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 juli 2015

Onder 4.4 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 juli 2015

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 juli 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:5127.

De door de pachtkamer van de rechtbank beslissend geachte omstandigheden – kort gezegd: dat partijen oorspronkelijk een onbepaalde duur waren overeengekomen, dat er geen vaste tegenprestatie was overeengekomen (maar een aandeel in een positief bedrijfsresultaat) en dat [echtgenoot van appellante sub 2] en [appellante sub 2] (naar het hof begrijpt: mede) aan zichzelf zouden verpachten – zijn voor het hof niet beslissend (wat betreft de eerste twee aangeduide omstandigheden), respectievelijk niet zonder meer beslissend (laatstbedoelde omstandigheid). Met het bestaan van een pachtovereenkomst zijn die omstandigheden niet onverenigbaar. In zoverre slagen de grieven. Niettemin kunnen de grieven niet leiden tot vernietiging van het bestreden vonnis (en toewijzing van een of meer van de vorderingen). Daartoe is het navolgende redengevend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3928cd4e23db918065675e2caf7d7968d8cde1fbe017f9a87a26beab6f6df5ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3928cd4e23db918065675e2caf7d7968d8cde1fbe017f9a87a26beab6f6df5ff, en de alinea staat in dat document op bytes 17364 tot 18224.