Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 september 2015
Alinea 136 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 september 2015
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 23 september 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7281.
Het hof verwerpt het verweer. Er is geen reden om aan te nemen dat de bepaling niet voldoet aan de eisen die voortvloeien uit artikel 7 EVRM. De aard en de inhoud van de aan de bepaling ten grondslag liggende norm maakt enerzijds een zekere vaagheid in de delictsomschrijving onvermijdelijk, terwijl anderzijds die bepaling voldoende concreet is om de betrokkene in staat te stellen zijn gedrag daarop af te stemmen. Van (tussen)handelaren als verdachte mag bovendien worden verlangd dat zij zich terdege laten informeren over de beperkingen waaraan hun gedragingen zijn onderworpen. Zoals ook uit de bewijsmotivering blijkt, moet het voor verdachte overigens duidelijk genoeg zijn geweest wat van hem werd verwacht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9bc36f27b550a261e7062ee28ca3218694f063fa47151609c3928f875bd9ae2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9bc36f27b550a261e7062ee28ca3218694f063fa47151609c3928f875bd9ae2, en de alinea staat in dat document op bytes 43625 tot 44354.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d9bc36f27b550a261e7062ee28ca3218694f063fa47151609c3928f875bd9ae2 | shasum -a 256