Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015
Alinea 32 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7521.
6. Astellas stelt zich verder op het standpunt dat de derde voorgestelde vraag niet gesteld zou moeten worden omdat het een ‘acte claire’ zou zijn dat voor de aan te leggen maatstaf geen onderscheid moet worden gemaakt naar gelang het doel waarvoor het bewijsmateriaal wordt verlangd (ter staving van de inbreuk dan wel ter staving van wie, waar en hoeveel inbreuk wordt gemaakt). Dit zou volgens Astellas volgen uit het feit dat uit de tekst en wetsgeschiedenis niet blijkt dat zo’n onderscheid gemaakt moet worden en voorts uit r.o. 18 van het arrest van dit hof inzake Real Networks / X waarin het hof overwoog: “ Voorts is het hof van oordeel dat de bescheiden waarvan afgifte / inzage wordt gevorderd (…) van belang zijn voor het (nader) onderbouwen van die inbreuk, met name van de gestelde betrokkenheid van X bij deze inbreuk .”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4929464f71c75cf2f3da976c06af60e11c3b3c676ec7a0eadb3d9a8b4a6318c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4929464f71c75cf2f3da976c06af60e11c3b3c676ec7a0eadb3d9a8b4a6318c, en de alinea staat in dat document op bytes 10334 tot 11293.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4929464f71c75cf2f3da976c06af60e11c3b3c676ec7a0eadb3d9a8b4a6318c | shasum -a 256