Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015
Alinea 35 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7521.
9. De opmerking van Synthon, dat de vragen 3 en 4 haars inziens beter zouden kunnen worden verwerkt in de vragen 1 en 2, heeft het hof tot het inzicht gebracht dat de eerste vraag, betrekking hebbend op de maatstaf waaraan ingevolge artikel 1019b Rv moet worden voldaan, dient te vervallen. Deze vraag heeft immers niet (rechtstreeks) betrekking op de door het hof te beantwoorden vraag in het onderhavige geschil tussen partijen, zodat wat die vraag betreft niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 392 lid 1 Rv. Denkbaar is dat de Hoge Raad zich hierover wel zal beraden in het kader van de afbakening van de ingevolge artikel 843a Rv te hanteren maatstaf. Overigens volgt het hof Synthon’s suggestie voor verwerking van de vragen 3 en 4 in vraag 2 niet, nu dit geen wezenlijke verduidelijking oplevert.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4929464f71c75cf2f3da976c06af60e11c3b3c676ec7a0eadb3d9a8b4a6318c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4929464f71c75cf2f3da976c06af60e11c3b3c676ec7a0eadb3d9a8b4a6318c, en de alinea staat in dat document op bytes 13541 tot 14365.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4929464f71c75cf2f3da976c06af60e11c3b3c676ec7a0eadb3d9a8b4a6318c | shasum -a 256