Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015
Alinea 41 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7521.
3. Indien het antwoord op de tweede vraag negatief luidt, aan welke maatstaf dient dan in genoemde respectieve gevallen ten minste te worden voldaan voor het aannemen van een ‘rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn’ zoals vereist voor toewijzing van een vordering uit hoofde van artikel 843a Rv?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4929464f71c75cf2f3da976c06af60e11c3b3c676ec7a0eadb3d9a8b4a6318c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4929464f71c75cf2f3da976c06af60e11c3b3c676ec7a0eadb3d9a8b4a6318c, en de alinea staat in dat document op bytes 17902 tot 18242.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f4929464f71c75cf2f3da976c06af60e11c3b3c676ec7a0eadb3d9a8b4a6318c | shasum -a 256