Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015

Alinea 42 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7521.

4. Indien een partij op grond van artikel 843a Rv jo 1019a Rv inzage, afschrift of uittreksel vordert van bepaalde bescheiden en de door 843a Rv vereiste ‘rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn’ bestaat uit een verbintenis uit onrechtmatige daad wegens inbreuk op een recht van intellectuele eigendom, en de gedaagde partij stelt zich op het standpunt dat het ingeroepen recht van intellectuele eigendom nietig is, aan de hand van welke maatstaf dient dat nietigheidsverweer dan te worden beoordeeld?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4929464f71c75cf2f3da976c06af60e11c3b3c676ec7a0eadb3d9a8b4a6318c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4929464f71c75cf2f3da976c06af60e11c3b3c676ec7a0eadb3d9a8b4a6318c, en de alinea staat in dat document op bytes 18262 tot 18807.