Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 december 2015
Onder 4.5 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 december 2015
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 december 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:9921.
Ten aanzien van de vordering van [D.] voert Rabobank aan, dat deze betrokkene wel in de bijlage bij de brief van 20 mei 2005 en de daarop volgende brief van 6 november 2006 van de Stichting wordt genoemd, maar dat nadien geen stuiting in de zin van artikel 3:317 BW heeft plaatsgevonden, zodat deze vordering is verjaard. Zo wordt [D.] niet genoemd in de brief van de Stichting van 6 mei 2009 en fax van 17 januari 2012 (productie 1 bij conclusie van antwoord). Eerst bij memorie van grieven stelt de Stichting dat Rabobank ook jegens [D.] onrechtmatig heeft gehandeld dan wel is tekort geschoten. Hieruit trekt Rabobank de gevolgtrekking dat de vordering van [D.] niet is gecedeerd aan de Stichting. Rabobank stelt zich voorts op het standpunt dat de overige betrokkenen dan wel de Stichting namens hen, niet tijdig hebben geklaagd in de zin van artikel 6:89 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0884516d64eba6b8d3ffa3dbf7329c02ba496414fba981077610ac24304ddc30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0884516d64eba6b8d3ffa3dbf7329c02ba496414fba981077610ac24304ddc30, en de alinea staat in dat document op bytes 16226 tot 17103.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0884516d64eba6b8d3ffa3dbf7329c02ba496414fba981077610ac24304ddc30 | shasum -a 256