Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 december 2015

Onder 4.19 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 december 2015

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 december 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:9921.

Vaststaat dat Rabobank met geen van de betrokkenen contact heeft gehad en dat Rabobank zich uitsluitend heeft gebaseerd op de door [X.] aangeleverde gegevens. Van een individuele behandeling van de aanvragen is in die zin geen sprake geweest, hetgeen ook tot resultaat heeft gehad dat aan alle betrokkenen hypothecaire geldleningen werden verstrekt met een looptijd van 30 jaar, ongeacht de leeftijd van de betrokkenen bij het aangaan van hypothecaire geldleningen en ongeacht andere individuele omstandigheden. Rabobank heeft een aantal (interne) toetsen uitgevoerd, voordat zij tot verstrekking van de hypothecaire geldleningen overging. Rabobank heeft bij haar beoordeling om tot verstrekking over te gaan, het door [X.] aangedragen verwachte rendement van 8% overgenomen. Het rendement van 8% diende jaarlijks gedurende de gehele looptijd van de te verstrekken leningen te worden behaald. Nog daargelaten of een rendement van 8% - ook in die tijd - realistisch was, staat vast, dat Rabobank zonder nader eigen onderzoek, dit rendementspercentage heeft overgenomen en tot uitgangspunt heeft genomen bij het verstrekken van de hypothecaire geldleningen. Uit de door Rabobank overgelegde gegevens op grond waarvan zij haar oordeel heeft gebaseerd om tot verstrekking over te gaan, volgt dat geen van de betrokkenen een zodanig inkomen had, dat een lager rendement niet direct tot een (forse) verzwaring van de financiële maandelijkse lasten zou leiden. Dat dit mogelijk anders zou kunnen zijn, omdat de betrokkenen bijvoorbeeld over eigen vermogen beschikten of dat er andere factoren waren waardoor een verzwaring van de maandelijkse hypotheeklasten niet op bezwaren zou stuiten, is door Rabobank niet, althans niet voldoende geverifieerd. Dit terwijl het Rabobank ook bekend was, zoals zij in haar pleitnota onder 22 heeft opgenomen, dat de maandelijkse financieringslasten niet volledig konden worden voldaan uit het arbeidsinkomen of uitkering van de betrokkenen en dat zij derhalve voor het kunnen voldoen van het overige deel van de maandelijkse financieringslasten afhankelijk waren van de opbrengsten van de beleggingen en kapitaalverzekeringen. In dit kader heeft Rabobank (meermalen) aangevoerd dat zij is uitgegaan van het door [X.] opgegeven rendementspercentage van 8% en dat haar dit niet buitensporig hoog voorkwam. Ter onderbouwing hiervan heeft Rabobank onder meer verwezen naar de in de (thans geldende) bijlage 5 van de Nadere Regeling Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft opgenomen beleggingsklassen en parameters. Hierin is de verwachte uitbetaling per beleggingsklasse bij een negatieve ontwikkeling van de koersen van een belegging weergegeven en deze varieert van 3.7% ingeval belegd wordt in deposito's tot 8,3% bij beleggingen in aandelen. Volgens Rabobank wijkt dit (negatieve) scenario weinig af van wat [X.] de betrokkenen heeft voorgehouden. Het hof stelt vast dat de in de pleitnota gedeeltelijk overgenomen tabel uit bijlage 5 Bepaling van de beleggingsklasse en parameters van de Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft als verwacht rendement voor de beleggingsklasse mixfonds 6,2% bedraagt. Uit de door Rabobank overgelegde stukken, waarop zij haar verstrekking heeft gebaseerd, volgt dat alle betrokkenen in een mixfonds gingen beleggen, hetgeen dus lager is dan de door Rabobank kennelijk aangehouden 8%.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0884516d64eba6b8d3ffa3dbf7329c02ba496414fba981077610ac24304ddc30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0884516d64eba6b8d3ffa3dbf7329c02ba496414fba981077610ac24304ddc30, en de alinea staat in dat document op bytes 36136 tot 39523.