Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 december 2016
Onder 5.3 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 december 2016
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10196.
Partijen hebben geen tijdstip voor de nakoming bepaald in de overeenkomst. Ook overigens is gesteld noch gebleken dat partijen (nader) een bepaalde tijd voor nakoming zijn overeengekomen. Dat partijen geen termijn zijn overeengekomen, rechtvaardigt op zichzelf niet de conclusie dat sprake is van een onbepaalde termijn in de zin van artikel 3:307 lid 2 BW, maar betekent in beginsel dat de verbintenis krachtens het bepaalde in artikel 6:38 BW terstond kan worden nagekomen en dat terstond nakoming kan worden gevorderd, waarmee de opeisbaarheid onmiddellijk intreedt. Dat de verbintenis terstond opeisbaar was, staat tussen partijen vast (§ 4.6.2 memorie van grieven en randnummer 45 memorie van antwoord). Artikel 3:307 lid 1 BW is dan van toepassing.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8043a8ecd34390eb4b33906bf9462cd044eb0448f73cc9ce9cbe43d90c8fa0cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8043a8ecd34390eb4b33906bf9462cd044eb0448f73cc9ce9cbe43d90c8fa0cf, en de alinea staat in dat document op bytes 10512 tot 11280.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8043a8ecd34390eb4b33906bf9462cd044eb0448f73cc9ce9cbe43d90c8fa0cf | shasum -a 256