Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 december 2016

Onder 5.4 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 december 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10196.

Met “nakoming na onbepaalde tijd” in de zin van artikel 3:307 lid 2 is gedoeld op de situatie waarin de overeenkomst aldus moet worden opgevat dat partijen beoogden de vordering op een onbepaald moment in de toekomst, in elk geval niet direct, opeisbaar te doen zijn waarbij gedacht kan worden aan renteloze geldleningen tussen familieleden of binnen concernverband, bewaargeving en bruikleen om niet. Slechts als de aard van de overeenkomst meebrengt dat opeising niet binnen afzienbare termijn zal plaatsvinden omdat dit onredelijk zou zijn, is niet het eerste lid maar het tweede lid van artikel 3:307 BW van toepassing. Of dat het geval is wordt vooral bepaald door uitleg van de overeenkomst. Voor zover bewijslevering daarbij aan de orde komt, ligt de bewijslast dat de verbintenis een verbintenis betreft als bedoeld in het eerste lid van artikel 3:307 BW, en dat geen sprake is van een verbintenis tot nakoming na onbepaalde tijd als bedoeld in het tweede lid, op [geïntimeerde] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8043a8ecd34390eb4b33906bf9462cd044eb0448f73cc9ce9cbe43d90c8fa0cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8043a8ecd34390eb4b33906bf9462cd044eb0448f73cc9ce9cbe43d90c8fa0cf, en de alinea staat in dat document op bytes 11343 tot 12349.