Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 december 2016
Onder 5.6 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 december 2016
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 13 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10196.
Uit de strekking noch de aard van de overeenkomst vloeit voort dat opeising niet binnen afzienbare termijn zou plaatsvinden omdat dit onredelijk zou zijn. Integendeel, uit de brief van 4 maart 2011 namens [appellanten] blijkt dat het [appellanten] vanaf 1993 bekend was dat [geïntimeerde] verschillende vergelijkbare passende projecten heeft gekregen. Als getuige heeft de statutair directeur van [appellanten] , [naam directeur] , verklaard dat hij vanaf 1993 globaal bijhield wat voor projecten [geïntimeerde] op zich had genomen en [geïntimeerde] regelmatig naar de invulling van artikel 8 vroeg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8043a8ecd34390eb4b33906bf9462cd044eb0448f73cc9ce9cbe43d90c8fa0cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8043a8ecd34390eb4b33906bf9462cd044eb0448f73cc9ce9cbe43d90c8fa0cf, en de alinea staat in dat document op bytes 13318 tot 13934.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8043a8ecd34390eb4b33906bf9462cd044eb0448f73cc9ce9cbe43d90c8fa0cf | shasum -a 256