Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2016
Onder 4.6 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2016
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10247.
Het Hof stelt voorop dat de kosten van de door belanghebbende verrichte diensten (thuiszorg in natura) slechts voor vergoeding op grond van de AWBZ in aanmerking komen als deze diensten worden verricht door een daartoe aangewezen zorginstelling (hierna: zorgaanbieder) waarmee de verzekeraar van de zorgvrager een overeenkomst heeft gesloten (artikelen 10 en 15 van de AWBZ en artikel 5, eerste lid van de Wtzi). Belanghebbende beschikte in oktober 2013 niet over een dergelijke aanwijzing. Dat betekent dat niet de afzonderlijke zorgvragers aan wie belanghebbende zijn diensten verleende, maar de betreffende zorgaanbieders [E] en [G] moeten worden aangemerkt als de opdrachtgevers van belanghebbende. In overeenstemming hiermee neemt belanghebbende in hoger beroep niet meer het standpunt in dat hij evenveel opdrachtgevers heeft als het aantal zorgvragers waarvoor hij feitelijk heeft gewerkt, maar dat de zorgaanbieders als zijn opdrachtgevers moeten worden aangemerkt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/086c20fab8bc3ae0d288544a9f789590e14064808f23ba5585504eb1bf85bb3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 086c20fab8bc3ae0d288544a9f789590e14064808f23ba5585504eb1bf85bb3a, en de alinea staat in dat document op bytes 56387 tot 57373.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/086c20fab8bc3ae0d288544a9f789590e14064808f23ba5585504eb1bf85bb3a | shasum -a 256