Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2016
Onder 4.11 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2016
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10247.
Aan de conclusie dat sprake is van een dienstbetrekking doet ook niet af dat belanghebbende, zoals hij stelt, bewust met de zorgaanbieders geen arbeidsovereenkomst maar een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 7:400 van het BW heeft willen sluiten. Uit de wettekst van dit artikel vloeit voort dat eerst moet worden beoordeeld of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Op grond van het hiervoor genoemde arrest van 25 maart 2011 is bij die beoordeling niet slechts van belang of partijen in de door hen opgemaakte contracten uitdrukkelijk hebben te kennen gegeven dat zij geen arbeidsovereenkomst tot stand willen laten komen, maar moet ook de wijze waarop zij aan hun overeenkomst uitvoering en inhoud hebben gegeven in aanmerking worden genomen. Nu het Hof op grond van een weging van alle feiten en omstandigheden tot de conclusie is gekomen dat de rechtsverhouding tussen belanghebbende en de zorgaanbieders moet worden aangemerkt als een dienstbetrekking, sluit de wettekst van artikel 7:400 van het BW het bestaan van een overeenkomst van opdracht uit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/086c20fab8bc3ae0d288544a9f789590e14064808f23ba5585504eb1bf85bb3a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 086c20fab8bc3ae0d288544a9f789590e14064808f23ba5585504eb1bf85bb3a, en de alinea staat in dat document op bytes 61519 tot 62602.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/086c20fab8bc3ae0d288544a9f789590e14064808f23ba5585504eb1bf85bb3a | shasum -a 256