Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2016

Onder 5.9 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 20 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10382.

De uitleg van een vaststellingsovereenkomst geschiedt aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Deze maatstaf brengt mee dat ook indien bij de uitleg van een overeenkomst groot gewicht toekomt aan de taalkundige betekenis van de gekozen bewoordingen, omdat - zoals in deze zaak - het een commercieel contract betreft tussen commerciële partijen bijgestaan door hun in de intellectuele eigendom gespecialiseerde advocaten, de overige omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat een andere (dan de taalkundige) betekenis aan de bepalingen van de overeenkomst moet worden gehecht. Beslissend blijft de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (vgl. HR 5 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY8101 en HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3303). Bij de beantwoording van de vraag wat partijen over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, moet dus niet uitsluitend naar de tekst gekeken te worden maar dient ook rekening gehouden te worden met de aard en strekking van de overeenkomst. Verder geldt dat wanneer een overeenkomst door partijen niet éénstemmig wordt uitgelegd, de rechter de vrijheid heeft die overeenkomst zelfstandig uit te leggen. Daarbij staat het de rechter vrij een uitleg te geven die door geen der partijen is verdedigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bc8f18ff297a0d8637ee210c54ad1d8ecb1159af5d3be116470d4ae8c87ef68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bc8f18ff297a0d8637ee210c54ad1d8ecb1159af5d3be116470d4ae8c87ef68, en de alinea staat in dat document op bytes 67790 tot 69199.