Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 december 2016
Alinea 40 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 december 2016
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 29 december 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:10593.
Het hof is van oordeel dat de inzet van een dergelijk peilbaken niet gebaseerd kan worden op artikel 3 van de Politiewet 2012. In deze zaak is niet zozeer sprake van een “verdacht voertuig”, maar van een (bekende) verdachte persoon. Voor de stelselmatige observatie van een verdachte persoon, met gebruik van een technisch hulpmiddel, is op grond van artikel 126g, eerste en derde lid van het Wetboek van Strafvordering de machtiging van de officier van justitie vereist. Uit het dossier blijkt niet van zodanige machtiging; op grond van de inhoud van het e-mailbericht kan het er gevoeglijk voor worden gehouden dat die er ook inderdaad niet was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5e48ecec8e248d46c5a4dede02de1c2707116f83287489d0077e51862b26fff3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5e48ecec8e248d46c5a4dede02de1c2707116f83287489d0077e51862b26fff3, en de alinea staat in dat document op bytes 12015 tot 12714.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5e48ecec8e248d46c5a4dede02de1c2707116f83287489d0077e51862b26fff3 | shasum -a 256