Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 februari 2016

Alinea 183 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 februari 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 februari 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:1216.

Voorts kan niet bewezen worden dat [medeverdachte] en verdachte voorwaardelijk opzet op de dood van [benadeelde partij 1] hebben gehad. Voor beiden geldt dat de door hen afzonderlijk dan wel gezamenlijk verrichte handelingen, in het bijzonder het zonder kracht ‘prikken’ in de bovenbenen ( [medeverdachte] ), het éénmaal met geringe kracht slaan op het hoofd met een steelpan waarbij geen letsel is ontstaan (verdachte) en het gewond en gekneveld achterlaten en/of bedekken met een boomstam/takken, telkens niet de aanmerkelijke kans op de dood van [benadeelde partij 1] in het leven roepen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/490ebb4d5914ec38802e419e711b2439f834f2d2f459bf612a452d1e5fee25be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 490ebb4d5914ec38802e419e711b2439f834f2d2f459bf612a452d1e5fee25be, en de alinea staat in dat document op bytes 42132 tot 42742.