Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 maart 2016

Onder 5.2 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 maart 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:1803.

Het hof stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag of een in kort geding gevorderde voorziening, hetzij na toewijzing hetzij na weigering daarvan, in hoger beroep voor toewijzing in aanmerking komt, zo nodig ambtshalve, mede dient te worden beoordeeld of de eisende partij ten tijde van het arrest van het hof bij die voorziening een spoedeisend belang heeft (ECLI:NL:HR:2002:AE3437 en ECLI:NL:HR:2002:AE4553).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb8a475c5d296c1802ac85d1c4fb4cb418f23f3ee522a3fad086454e988fd129. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb8a475c5d296c1802ac85d1c4fb4cb418f23f3ee522a3fad086454e988fd129, en de alinea staat in dat document op bytes 36702 tot 37134.