Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 maart 2016

Onder 4.9 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 maart 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:2005.

Feit is echter dát [verweerder] het consult van 27 mei 2003 niet adequaat (althans volledig) heeft verslagen én dat geen sprake is geweest van een verwijsbrief. Weliswaar heeft [verweerder] in de gerechtelijke procedure wel verklaringen afgelegd over het spreekuur van 27 mei 2003 en zijn beweegredenen voor verwijzing (het hof verwijst hiervoor naar het tussenarrest van 24 mei 2011, rechtsoverwegingen 4.8 en 4.9), doch hieraan hecht het hof niet zoveel waarde nu [verweerder] zelf al in 2005 schreef dat hij zich de casus of [verzoeker] niet kon herinneren en nadien (in 2007) alleen wat stelliger schrijft wat de beweegredenen waren om [verzoeker] te verwijzen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/191e36797f731f6c2e984cfd162e617d62bd87162fddc35cd4384a5d3246ee3c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 191e36797f731f6c2e984cfd162e617d62bd87162fddc35cd4384a5d3246ee3c, en de alinea staat in dat document op bytes 31869 tot 32550.