Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 maart 2016
Onder 2.7 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 maart 2016
Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 maart 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:2079.
Tegen de vordering sub II voert [appellant] verweer overeenkomstig zijn grieven VIII tot en met XI in het principaal beroep (memorie van antwoord in incidenteel appel onder 20). Bij het tussenarrest van 1 december 2015 onder 2.8 heeft het hof reeds uiteengezet dat aan de geldigheid van de brief van [geïntimeerde sub 4] van 9 mei 2008 als stuitingshandeling niet in de weg staat dat de brief niet van alle deelgenoten afkomstig is en dat [geïntimeerde sub 4] geen volmacht van de andere deelgenoten behoefde. Ook heeft het hof reeds geoordeeld dat [appellant] uit de bedoelde brief heeft moeten begrijpen dat [geïntimeerde sub 4] ten behoeve van de gemeenschap ondubbelzinnig zijn recht voorbehield en dat daaraan niet in de weg staat dat de omvang van de vordering in de brief niet nauwkeurig is omschreven. Bedoelde grieven falen derhalve. In zoverre faalt ook het verweer van [appellant] tegen de vordering sub II. Wat betreft de vanaf 9 mei 2003 verschenen pachttermijnen is van verjaring dus geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e590480d6668836ca9ca3020921e650fae067a774c1c74c6ad58f358788b7fa7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e590480d6668836ca9ca3020921e650fae067a774c1c74c6ad58f358788b7fa7, en de alinea staat in dat document op bytes 12580 tot 13607.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e590480d6668836ca9ca3020921e650fae067a774c1c74c6ad58f358788b7fa7 | shasum -a 256