Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 maart 2016

Onder 3.5. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 maart 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:2264.

Vorenstaande regeling berust, zoals het hof terecht heeft overwogen, op een bewuste keuze van de wetgever, waaraan ten grondslag ligt dat genoemde bevoegdheden bij de pandgever behoren te blijven nu deze zijn rechten en belangen diepgaand treffen en de pandhouder slechts in het verpande is geïnteresseerd, voor zover dit hem zijn vordering waarborgt. De pandgever kan immers groot belang erbij hebben om in de verhouding tot zijn schuldenaar of contractuele wederpartij bedoelde bevoegdheden te kunnen uitoefenen en daarvoor niet afhankelijk te zijn van de toestemming van de pandhouder of een machtiging van de kantonrechter (vgl. art. 3:246 lid 4 BW). De wetgever heeft de pandhouder voldoende beschermd geacht tegen benadeling in het belang dat hij bij het verpande heeft door de mogelijkheid de desbetreffende rechtshandeling te vernietigen op de voet van art. 3:45 BW.").

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4d7afbbcafd6a800c26b48809f64bfc50ccdca21ad60224c4f7219c1bc0bcc30. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4d7afbbcafd6a800c26b48809f64bfc50ccdca21ad60224c4f7219c1bc0bcc30, en de alinea staat in dat document op bytes 13917 tot 14866.