Citaat | Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 maart 2016

Onder 4.1 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 maart 2016

Een alinea uit Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 maart 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:2289.

Het Hof stelt voorop dat het gerechtshof ’s‑Hertogenbosch de aan belanghebbende in verband met de onderhavige navordering opgelegde boetebeschikking heeft vernietigd na te hebben geoordeeld dat de Inspecteur niet aan de op hem rustende bewijslast heeft voldaan dat het aan (voorwaardelijk) opzet van belanghebbende is te wijten dat te weinig belasting is geheven. Tegen die inhoudelijke beslissing is in het beroepschrift in cassatie geen middel geformuleerd zodat die beslissing onherroepelijk is komen vast te staan. Gelet op het vorenoverwogene gaat het Hof ervan uit dat de Hoge Raad in zijn verwijzingsarrest kennelijk heeft bedoeld de uitspraak van gerechtshof ’s‑Hertogenbosch voorzover deze betrekking heeft op de navorderingsaanslag te vernietigen en voor het overige te bevestigen. Derhalve is thans in hoger beroep nog slechts in geschil of de navorderingsaanslag, zoals die door de Rechtbank is verminderd, terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0250733b1b76f3f85ddf26e077c65e91e347c6d13438dc58b4acdc26b51ceae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0250733b1b76f3f85ddf26e077c65e91e347c6d13438dc58b4acdc26b51ceae, en de alinea staat in dat document op bytes 17231 tot 18217.